Kerstroos

Die bloem van wondŽren luister waarvan Jesaja sprak, bloeidŽop, toen door het duister het licht der wereld brak (oud kerstlied) De kerstroos (helleborus niger. L.) komt uit de Oost en Zuid-Alpen en komt hier alleen nog maar als sier-en tuinplant voor.
De plant, vooral de wortel, is erg giftig.
Toch was de kerstroos beroemd als geneesmiddel.
Bij de Grieken werd gedacht dat wanneer iemand de wortel in zijn in bezit had en ten aller tijden met zich meedroeg, erg oud en nooit ziek zou worden.
Ook was het een van hun beste geneesmiddelen die tegen waanzin en epilepsie moesten helpen.

In de Middeleeuwen maakten de heksen en magiers gebruik van haar giftige eigenschappen voor het bereiden van heksenzalf.
De kerstroos was, ondanks zijn geneeskrachtige werking, de duivelse plant.
Dit veranderde echter met de sage van Christus.
De giftige duivelinne werd een heilige plant, en de sage vertelt hoe in de kerstnacht toen Christus geboren was al de planten uit hun wointerslaap ontwaakten en een ogenblik bloeiden, om daarna opnieuw te verdwijnen.

Alleen de kerstroos vergat om in de aarde terug te zinken en bloeide door te midden van sneeuw en ijs.
Sindsdien bloeit ieder jaar met Kerstmis deze plant met haar witte bloemen en kondigt de geboorte van Christus aan.
Ook een ander verhaal over de kerstroos doet de ronde en gaat over het kleine herderinnetje Madelon.
Toen Madelon haar schapen onderbracht op een koude en winterse nacht, passeerden drie wijze mannen en herders het met sneeuw bedekte veld, met geschenken voor het kind Gods.

De wijze mannen waren beladen met rijke geschenken van goud, mirre en wierook en de herders met fruit, honing en duiven.
Arme kleine Madelon begon te huilen omdat zij nog niet eens eens zoiets als een bloem als geschenk had om te geven aan de nieuw geboren koning.
Een engel, die kleine Madelon gade geslagen had, veegde wat sneeuw weg en er kwam de mooiste wit met roze bloem tevoorschijn, de kerstroos.