De geschiedenis van de Kerststal

 

Deze werd in 1223 voor de eerste keer door Franciscus van Assisi in een kerk opgesteld.

>

Zoals eens de herders in Bethlehem, waren de gelovigen nu 'pelgrims' naar de kribbe.
Al snel stonden er kribbenin vele kerken en kloosters, later ook in scholen en huiskamers.

Het sobere verhaal van Jezus' geboorte heeft de volksfantasie door de eeuwen heen voldoende voedsel gegeven om daaromheen kleurrijke taferelen te laten ontstaan.

Zo behoorde het bouwen van de kerststal tot de voornaamste volksgebruiken.

De eigenlijke kerststal treffen we pas aan tegen het einde van de middeleeuwen.
Het waren overigens slechts de rijken die zich een kerstgroep konden veroorloven; bij het gewone volk thuis stond alleen maar een wiegje met een (houten) pop erin.

Het was Franciscus die in 1223 's nachts in een grot in het Italiaanse Greccio het kerstgebeuren met levende figuren liet uitbeelden.
De oudst bekende voorstelling wordt bewaard in de basiliek van Sante Maria Maggiore in Rome (1289).

In de 15e eeuw wordt de kerstkribbe vooral populair in
Zuid-ItaliŽ, waar het gebruik ontstond een aantal beeldjes tegen een geschilderde achtergrond te plaatsen.

Vanaf de 17e eeuw verspreidde het gebruik zich over SiciliŽ, Spanje, Portugal, Frankrijk (waar vanaf de 18e eeuw tot begin 19e eeuw in theaters en winkeletalages kribben werden opgesteld:
de figuren daar omheen waren marionetten die door een inwendig mechanisme beweegbaar waren) en in Polen.

Ook in Nederland en BelgiŽ werd het gebruik van de kerststal populair.
De oudst bekend kribben zijn die van
Roermond (1370),
Utrecht (1489),
en Delft (1502)
en Weert (1520).

Met Kerstmis wordt in veel kerken en huiskamers een kerststal neergezet.
Vooral in grotere kerken zijn ze zijn vaak zeer uitgebreid en fraai.
Hiermee wordt de boodschap dat God in het kerstkind mens is geworden, tastbaar gemaakt.
In bijna iedere kerststal treffen we naast het kerstkind ook Maria, Jozef, een os en een ezel aan.
De engel die de boodschap aan de herders verkondigt hangt vaak in de nok van de stal of grot.
Wie het echt goed wil doen, plaatst het kindje pas in de kerstnacht in de kribbe, en daarna - ieder op hun beurt - de herders en de drie wijzen.

De verering van Christus' geboorteplek is zo oud als de kerk.
Al in de tweede eeuw trokken pelgrims naar Bethlehem om de plek te bezoeken waarin Christus volgens de
overlevering werd geboren.
In het westen groeide de devotie voor de kerststal toen in de zevende eeuw een gedeelte van de vermeende kribbe uit Bethlehem werd overgebracht naar de basiliek van Maria in Rome.
Het werd met Kerstmis ter verering tentoongesteld.

Franciscus van Assisi

Het stalletje van Bethlehem zoals we dat nu kennen, gaat terug op Franciscus van Assisi. In 1223 kreeg hij
van Paus Honorius III (1216-1227) toestemming om het kersttafereel met levende personen voor te stellen.
In het bos bij Greccio bouwde hij een stalletje.
Op Kerstavond werd voor het stalletje de Heilige Mis opgedragen, waarbij het idee was dat het Goddelijk kind zelf onder de gedaante van brood en wijn aanwezig zou zijn.

En dan verhaalt de legende:
Toen Franciscus het Evangelie zong en gekomen was bij de woorden "en legde hem neder in de kribbe", knielde hij neer om het geheim der menswording te overwegen en zie in zijn armen kwam een kindje, omstraald van schitterend licht.

Het zijn dan ook de Franciscanen die de volksdevotie rondom het stalletje van Bethlehem wijd hebben verspreid.

De evangelisten maken in de bijbel overigens geen melding van een rondom de kribbe aanwezige os en ezel.
De bijbel vermeldt wel een voerbak, maar geen stal.
De stal die later aan het kerstverhaal is toegevoegd dient waarschijnlijk om de armoede van het paar nog te onderstrepen.
Volgens de getuigenis van de H. Justinus, een christelijke filosoof die leefde in de tweede eeuw, werd Jezus geboren in een grot.
Deze 'geboortegrot' in Bethlehem is tot op de dag van vandaag een belangrijke bedevaartsplaats.

In de bijbel wordt niet gesproken van koningen maar van wijzen of magiŽrs.
Dat desondanks de term koningen gangbaar is geworden komt waarschijnlijk door liederen uit de bijbel.
De profeet Jesaja bijvoorbeeld schrijft herhaaldelijk over koningen die de Messias bij zijn komst zullen aanbidden (o.a. Jesaja 60).

Het aantal wijzen wordt in het evangelie niet vermeld.
Het aantal drie is wellicht in de wereld gekomen doordat er drie geschenken werden aangeboden: wierook, mirre en goud.
Later is men de 'drie koningen' bovendien gaan zien als vertegenwoordigers van de drie bekende continenten:
AziŽ, Afrika en Europa.
Daarom zijn zij op afbeeldingen vaak respectievelijk bruin, zwart en blank.

De aanwezigheid van een stal en van drie koningen in het niet-bijbelse kerstverhaal, kan mogelijk verklaard worden met behulp van de Romeinse zonnecultus.
Het feest van Kerstmis is door de Kerk met opzet op 25 december geplaatst, ter kerstening van het heidense feest van de
winterzonnewende.
In het Romeinse Rijk stond deze "dies natalis solis invincti" - geboortedag van de onoverwinnelijke zon - in het teken van de zonnegod Mithras.
Deze Mithras werd volgens de verhalen wel degelijk geboren in een stal.
Bovendien waren bij zijn geboorte drie koningen aanwezig.
Mogelijk dat de onduidelijkheden of lacunes in het bijbelverhaal door en voor christenen in het Romeinse Rijk zijn aangevuld met elementen uit het verhaal van Mithras.

Ook in ItaliŽ is het gebruik om een kerststal te maken, nog altijd zeer levendig.
Op de grote kerstmarkt op de Piazza Navona in Rome kunnen kerststallen en kerststalfiguren in alle soorten en maten worden gekocht.
Op het Sint-Pietersplein staat sinds 1982 ieder jaar een meer dan levensgrote kerststal, of "presepio" zoals de Italianen zeggen.
Daarin beelden levende figuren het kerstverhaal uit.
Het is een initiatief van paus Johannes Paulus II, die van mening was dat het plein in de Kersttijd wel wat versiering kon gebruiken.
Hij koos daarbij behalve voor een enorme
Kerstboom, bewust ook voor een kerststal, in navolging van de H. Franciscus.